- Hengelsport
VOORPAGINADe verenigingBestuursledenDiepte kaartenNachtvissenLinksGastenboekContact
 
 
VOORPAGINA arrow Vissoorten

We hebben 1 gast online
Registratie nieuwsbrief





Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
Koningswedstrijd - 2010
Ooij2000 Foto Album
LAATSTE NIEUWS
Afgevist in Erlecom
Ooij2000 Foto Album
Filmpjes - De Voorn
Onderzoek karper in Ooij.
Afvissen 3 oktober in Ooij
Fotoalbum
Ooij2000 Foto Album
Algemeen
Home
Contributie 2010
Reglementen vereniging
Verslag ledenvergadering
Huishoudelijk regelement
Controleurspagina
Viswateren
Inzending leden
Vangstregistratie
Nachtvissen
De risico`s van vis overzetten

 

Beste visliefhebbers,

Namens één van onze cliënten zijn we opzoek naar een vrijwilliger die zo nu en dan met deze man wil gaan vissen. Martien is een vrolijke / sociale man van 60 jaar met een licht verstandelijke handicap. De laatste jaren is hij lichamelijk achteruit gegaan en kan hij geen lange stukken meer lopen. Met zijn scootmobiel kan hij moeilijk op de vislocaties komen waardoor hij tegenwoordig helaas niet meer kan vissen. Omdat vissen nog steeds zijn grootste hobby is, is hij opzoek naar iemand die hem met de auto op kan komen halen en tijdens het vissen van gezelligheid kan voorzien. 

Wilt u zo nu en dan met Martien gaan vissen, neem dan gerust contact op via het onderstaande telefoonnummer voor een kennismaking.

Met vriendelijke groet, 

Dichterbij
Team Generaal Smutsstraat 2-4  & 10-12

6543 NM  Nijmegen
06-41176162
Mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

 
verkooppunten
Bestellen
Tentsticker
Sleutel - Kasteelsehof - Wijnacker
Wedstrijden 2010
Jeugd witviswedstrijden
24 uur jeugd karperwedstrijd t/m 14 jaar
24 uur jeugd karperwedstrijd 15 t/m 17 jaar
Karperwedstrijd Senioren (Bisonbaai)
Uitslagen wedstrijden 2009
Karperwedstrijd Senioren Ooij
Koningswedstrijd in Kronenburgerpark Nijmegen
Jeugd witviswedstrijden Ooij
Hengelsport
hengelsport begrippen
Werphengel
Vissoorten
Aas
Jeugd info
Vissen op Karper
Aktiviteiten
Karper instructieavond
Witvis instructieavond
Werkzaamheden Viswater
Administrator
Overzicht Nieuws
 
Hengelsport E-mail
Geschreven door Win Jacobs   
 
Vissoorten in onze wateren  
 
Grondel >> 
 De riviergrondel is een bodembewonende kleine vis uit de familie van de karperachtigen.  De bek is onderstandig.  Opvallend is een rij donkere stippen op een blauwgroene achtergrond op de flanken; deze stippen verbleken bij stress.  De rug is groenbruin met zwarte vlekjes, de buik goudkleurig. In iedere mondhoek zit één tastdraad.
 
Zeelt >>
De zeelt is een forse verschijning met bolronde vinnen, kleine schubben en een bijzonder slijmige huid.  De zeelt is variabel van kleur.  De buikzijde is bronskleurig, naar de rug en kop toe wordt de kleur donkergroen tot zwart, de vinnen zijn grijsbruin.  Via tuincentra worden oranjekleurige goudzeelten verkocht en in vijvers gehouden.  Jonge zeelten zijn licht van kleur; met een donkere vlek net voor de staartvin.  Het oog is relatief klein en oranje van kleur.  De vis heeft twee korte tastdraden in de mondhoeken.
 
 
 
Baars >>
 
 

De Baars heeft twee gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste met harde stekels en een zwarte vlek.  Over de flanken lopen zes tot acht donkere banden.   De rug is groenbruin, op de flanken overgaand in lichtbruin tot geel of goudkleurig.  Afhankelijk van de vindplaats en de grootte verschillen de kleuren 

 


Snoek >> 
Geen enkele andere inheemse vis heeft zo'n kenmerkende vorm, met een snavelachtige bek.  De onderkaak steekt uit voor de bovenkaak.  De kleur van de snoek is variabel, van groenbruin tot grijsbruin met goudkleurige stippen, vlekken of strepen op de flanken.  De buik is geelwit.  De anaalvin en de rugvin zitten op dezelfde hoogte, achter op het lijf. 
 
 
  
Snoekbaars >> 
De snoekbaars is een baarsachtige; net als de baars heeft hij twee gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste met harde stekels.  De snoekbaars is echter langwerpiger; met een grote bek waarvan de kaaklijn tot onder het oog doorloopt.  Net als de baars is de snoekbaars gebandeerd (8-10 banden), maar bij oudere snoekbaars wordt deze bandering meer vlekkerig.  De snoekbaars is in het algemeen lichter dan de baars, meer groen of grijsbruin.  
  
Zonnebaars >> 
De zonnebaars heeft een enkele rugvin, verdeeld in twee delen, zonder inkeping.  Het voorste deel is laag met harde stekels en het achterste deel is hoog met zachte stekels.  Op de kieuwdeksels bevindt zich vaak een oranje-rode, zwart omrande vlek.  Het lichaam is opvallend getekend met blauwachtige flanken, bezet met geelbruine en rodige vlekjes.
 
 
Rietvoorn - ruisvoorn >>
 De ruisvoorn of rietvoorn, vooral jonge vis, lijkt erg op de blankvoorn.   De ruisvoorn heeft een bovenstandige bek, een goudkleurige iris (blankvoorn: rode vlek boven in het oog) en de voorzijde van de rugvin begint duidelijk achter de voorzijde van de buikvinnen.  De ruisvoorn is meestal op de rug bronsgroen van kleur; met een gouden weerschijn op de flanken en een zilverwitte buik.  De buik- en anaalvinnen zijn bloedrood.  Blankvoorns hebben soms ook rode vinnen, daarom is de kleur van de vinnen geen doorslaggevend verschil.  
 
Kopvoorn >>
De naam kopvoorn slaat op de grote brede kop met brede bek.  De vissoort wordt vaak verward met de winde, vooral bij klein formaat.  Windes zijn minder rond.  De kopvoorn heeft een bolronde anaalvin (winde: holrond).  De schubben zijn bovendien groter: er zijn 44 tot 46 schubben op de zijlijn, veel minder dan bij de winde (56-61).  De kopvoorn kan ook verward worden met de graskarper.  
 
  
Bittervoorn >> 
De bittervoorn is een kleine maar stevige karperachtige vis.  Een opvallend kenmerk is de horizontale, glimmende blauwgroene streep op de flanken vanaf de staartwortel.  De schubben zijn relatief groot (34 tot 30 op de zijlijn).   
  
Blankvoorn >> 
De blankvoorn kent enige variëteit in vorm en kleur, hetgeen niet verwonderlijk is voor een vis die in veel watertypes voorkomt.  Meestal is de rug donker blauwgroen van kleur; de flanken zijn zilverwit tot bronskleurig, de borstvinnen rood- of geelachtig.  Betrouwbare kenmerken zijn: het oog met de oranjerode vlek bovenin, het aantal schubben op de zijlijn (43 tot 47), de plaats van de rugvin ten opzichte van de buikvin (recht onder elkaar) en de stand van de bek (eindstandig)
 
 
Fint >>
Net als de elft is de fint een haringachtige, anadrome vis die zich voornamelijk in zee ophoudt en alleen om te paaien massaal het zoetwatergetijdegebied opzoekt.  De fint is kleiner dan de elft.  Verder verschilt hij van de elft door een rij van twee tot acht donkere vlekken, hoog op de flank tussen kieuwdeksel en rugvin.   Dit kenmerk is niet altijd even duidelijk aanwezig.  Het doorslaggevende verschil met de elft is het aantal kieuwboogaanhangsels: meestal 35 tot 45, altijd minder dan 60.  De fint kan tot 60 cm lang worden.    
 
Giebel >>
 
De giebel is een triploide vruchtbare vis. Hierdoor kunnen eitjes die niet bevrucht zijn opgroeien tot wat effectief een kloon is van de moeder. Mogelijk is het voorkomen van verschillende klonen de oorzaak van plaatselijke typen van de giebel. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes, meerdere keren per jaar. De giebel kan meerdere keren per jaar paren waardoor de druk op voedsel en ruimte enorm kan zijn.
 
Karper >>
De karper varieert in kleur, vorm en manier waarop de schubben op het lijf zitten en heeft vier tastdraden om de bek: twee grote bij de mondhoeken, twee kleinere op de bovenlip.  De rugvin is lang en hol ingesneden.  Een volledig beschubte karper van het "wildtype" heeft 35 tot 40 schubben op de zijlijn.   De vis kan in gevangenschap tientallen jaren oud worden.
De wilde uitgangsvorm van de karper is volledig beschubt.  Er zijn echter gekweekte karpervariëteiten, waarbij de schubben volledig ontbreken ('naaktkarper'), met rijen grote schubben op de zijlijn ('rijenkarper') of met onregelmatig over het lijf voorkomende schubben van verschillend formaat ('spiegelkarpers').  Al deze variëteiten kunnen bovendien voorkomen met de kleur van een goudvis ('goudkarpers').  Een wilde, slanke, geschubde variëteit wordt wel 'boerenkarper' genoemd. Deze vis is mogelijk de nakomeling van uitzettingen in de Middeleeuwen.  Nakomelingen van recenter uitgezette wildtypes kunnen echter ook deze vorm aannemen.  Biologisch behoren deze karpers alle tot de soort karper C. carpio.
 
 
 
Kroeskarper >>
De kroeskarper heeft een vrij hoge rug en grote schubben; er zijn 33 tot 36 schubben op de zijlijn (vergelijk: schubkarper 35-40).  De vis is bronskleurig en tastdraden ontbreken. Het verschil met de giebel waarmee de kroeskarper veel wordt verward is vooral de kleur.  De giebel is meer zilverachtig en heeft iets een 'neusje'.  Verder heeft de giebel een donkere buikwand en de kroeskarper niet (alleen te zien indien opgesneden).  Jonge kroeskarpers hebben een donkere vlek op de staartwordel (net als zeelt).
 
 
 
Meerval >>
 
De meerval kan haast niet met andere soorten worden verward:  de vis heeft een zeer brede bek met zes tastdraden: twee op de onderkaak, twee in de mondhoeken en twee lange sprieten op de kop.  De Amerikaanse dwergmeervallen bezitten acht tastdraden, die bovendien anders zijn geplaatst. De (Europese) meerval heeft een opvallend klein rugvinnetje en van onderen een lange vinzoom.  De meerval kan reusachtig groot worden.  Het is de grootste inheemse zoetwatervis die een lengte van meer dan 3 meter kan bereiken.
 
 
Pos >>
De pos is de kleinste van de inheemse baarsachtigen. De rugvin van de pos bestaat uit een hoog deel met harde stekels en een laag deel met zachte stekels, die beide vergroeid zijn (baars en snoekbaars hebben gescheiden rugvinnen).  In plaats van banden zoals bij baars en snoekbaars, heeft het visje overal donkere vlekjes, ook op de rugvin; de zonnebaars heeft een afwijkende rugvin en is anders getekend. 

 
 
 
Sneep >>
De sneep heeft een kenmerkende, brede, stompe naar voren stekende snuit en een onderstandige bek.  De kleur van deze vissoort is bruingroen tot blauwig van boven, de flanken hebben een koperkleurige gloed.  Verwarring met de blauwneus is mogelijk.  De sneep heeft echter een kortere anaalvin met dertien tot veertien vinstralen.  Het paaikleed van het mannetje is niet zo uitbundig als dat van de blauwneus, maar wel fraai: rode vinnen, oranjegele mondhoeken en zwart op de kop.
 
 
 
Winde >>
De winde lijkt op de kopvoorn, maar heeft een minder ronde lichaamsvorm. De anaalvin is holrond (kopvoorn: bolrond) en de winde heeft kleinere schubben: 56 tot 61 op de zijlijn.
 
 
 
Aal - Paling >>
 De paling is een slangvormige vis.  Verwarring met de rivierprik is nauwelijks mogelijk, omdat prikken zeven duidelijke zichtbare kieuwspleten hebben.   Moeilijker is het onderscheid met de congeraal of zeepaling (Conger conger), omdat de gewone paling ook in de Noordzee voorkomt.  Een onderscheid is dat de paling een onderkaak heeft die langer is dan de bovenkaak (bij de conger steekt de bovenkaak uit) en de rugvin van de congeraal is langer.  De kleur van de paling varieert naar leeftijd en plaats.
 
 
Alver >>
De alver is een vrij kleine, karperachtige vis, fraai zilverkleurig met blauwgroenige tint op de rug en flanken, de buik is zilverwit.  De anaalvin is lang, de bek bovenstandig.
 
 
 
Barbeel >>
 De barbeel is een karperachtige riviervis.  De kleur is variabel: bruin tot grijsgroen op de rug, kop en flanken met een kopergroene glans.  Kenmerkend zijn de spitse snuit met de vier tastdraden en de onderstandige bek met dikke uitstulpbare lippen.  Op de bovenlip zitten twee tastdraden en in iedere mondhoek één.  De rugvin is vrij klein en hol ingesneden.
 
 
Kolblei >>
De kolblei lijkt op de brasem, de vis is echter wat lichter gekleurd en de vinnen neigen naar roodachtig.  Het doorslaggevende verschil zit hem in het aantal schubben tussen rugvin en zijlijn (7-10) en in het oog: dat is groter in diameter; aan de afstand tussen het oog en de punt van de bek (bij de brasem: kleiner)
  
 
  
Brasem >>  
 De brasem is een grijsbruin gekleurde karperachtige vis, met zilverkleurige flanken die bij het groter worden meer bronskleurig worden.  De brasem, zeker de kleine, kan verward worden met de kolblei.  De brasem heeft 12-14 schubben tussen rugvin en zijnlijn (kolblei 8-10), een kleiner oog en een ver uitstulpbare bek.  De vis kan 90 cm worden 
  
  

 

 

  
  
  
                             
 
Design by Marcel Vink - NHV de Voorn - 2010

© 2010
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.